|
|
|
Deze site
draag ik op aan mijn
vader; Jopie Orth / Joseppe Ortano
de grootste liefde in mijn
leven. Het is alweer een aantal jaren geleden
dat hij in mijn armen is
gestorven.
Papa, Eue, ik mis je zo, iedere
minuut van de dag, Syla Claudia
|
|
![]()  |
|
Jopie Orth / Joseppe Ortano /
Eue
15-11-1948 /
02-05-2003 & 06-05-2003
|
| |
|
Voor de dag van morgen
wanneer jij morgen doodgaat
vertel ik aan de bomen
hoeveel ik van je hou
Ik vertel het aan de wind
die in de bomen klimt
of uit de takken valt
hoeveel ik van je hou
Ik vertel het aan een kind
dat jong genoeg is
het te begrijpen
Ik vertel het aan een dier
misschien alleen
door het aan te kijken
Ik vertel het aan de huizen van
steen
Ik vertel het aan de stad
hoe lief ik je had
Maar ik zeg het tegen geen mens
ze zouden me niet geloven
ze zouden niet geloven
dat alleen maar een man
alleen maar een vrouw
dat een mens
een mens
zo lief had
als ik jou
Je bent mijn zon voor altijd.
de wind zal jouw naam fluisteren
en ik zal hem horen.
Met heel veel liefdeen "x"jes,
Claudia |

 |
For the day of tomorrow...
When you die tomorrow
I will tell the trees
how much I love you
I will tell the wind
which climbs in the trees
or falls from the branches
how much I love you
I will tell a child
who is young enough
to understand
I will tell an animal
perhaps only
by looking at it
I will tell the houses of stone
I will tell the city
how much I love you
But i won't tell this to a human
being
they would not believe me
they would not want to believe
that,
only a man
only a woman
that a human
loves a human
as much
as I love you
you are my sun for always
the wind will whisper your name
and I will hear it
With a lot of love and "x",
Claudia |
|
| |
| |
 |
Mijn Vader schreef een
Biografie
en enkele pagina's wil
ik met jullie delen:
Binnenkort
meer foto's |
MIJN JEUGD:
|

pa
|
Waarom een
biografie schrijven. Allang
loop ik met de gedachte om een boek te gaan schrijven over mijn
leven, waarom zou ik dat doen, ik ben geen schrijver, en wat heb
je eraan, dus eigenlijk weet ik het zelf niet. Als ik wel eens
door de oude buurt rij, kom ik langs de plek waar ik ben
geboren, dan komen er vele herinneringen aan die tijd bij me
naar boven. Dan denk ik weer aan vroeger met al zijn leuke en
ook minder leuke dingen. Aan mijn grootouders, de familie die
allemaal in die buurt woonde, aan het huis waar ik ben geboren,
aan de school waar ik op zat, aan mijn vroegere vrienden en de
buurtbewoners, in ieder geval aan mijn jeugd. Veel dingen kan ik
me nog herinneren maar er zullen ook veel dingen over vroeger
zijn die ik heb van te horen zeggen. Vaak hoor ik mensen zeggen
over hun jeugd vanaf twee jaar, nou ik weet over die periode
niets meer, dus mijn verhaal begint rond mijn vijfde levensjaar.
Ik geloof als je ouder wordt de nostalgie naar vroeger groter
wordt, als ik mensen van vroeger ontmoet kunnen we uren over die
periode kletsen. Je raakt niet uitgepraat, en dan herinner je
weer dingen die je was vergeten, zo wordt je wereld weer groter. |
|
De
beginjaren van mijn jeugd:
Ik ben
geboren in de ruiterstraat nummer 181, de
zeeheldenbuurt noemde ze die wijk in Nijmegen, een
gezellige arbeiders buurt, wij woonde in een
bovenhuis, recht tegenover de zeepfabriek Dobbelman.
Zoals in die jaren gebruikelijk woonde zowat de hele
familie in dezelfde buurt, we praten dan ook over
het begin jaren ’50.

Mijn moeder
en vader woonden bij mijn grootouders in huis, in
die tijd was het niet gemakkelijk om aan een woning
te komen, dus ik denk dat ze daarom bij mijn
grootouders in zijn gaan wonen. Mijn moeder werkte
als cheffin bij kartonnage fabriek Kilsdonk, mijn
vader was ijzervlechter in de bouw. De relatie
tussen mijn vader en moeder was verre van ideaal te
noemen, mijn vader was een harde werker, maar ook
een stevige drinker. Als hij weer eens dronken thuis
kwam, was hij erg vervelend, en vaak escaleerde dat
in ruzie met mijn moeder. Bij mijn weten waren ze
meer uit elkaar, dan bij elkaar, nu zeggen we een
knipperlicht relatie. Tevens woonde de vader van
mijn oma ook in dat huis, Tinus zo heette hij, het
was een oude man van ongeveer 90 jaar, een heel
klein mannetje, liep altijd met een stok of zat in
de tuin op de vuilnisbak, ik heb volgens horen
zeggen hem best veel geplaagd. Hij kon het niet
hebben als ik met mijn nichtje Greetje Rossen
dochter van oom Geer en tante Cor weer eens aan het
ruziën was, dan kwam hij me met die stok in de lucht
zwaaiend achterna. |

Pa & Geertje

Oma & Grietje |
|

Opoe |
Tante Cor
een pracht vrouw, zo lief en aardig woonde met oom Geer schuin
onder ons, opa Tinus was dan ook veel bij hen. Omdat mijn moeder
werkte, had mijn oma en opa zo’n beetje de verzorging van mij op
zich genomen, en ik noemde hen al snel pa en ma. In mijn verdere
opvoeding dacht ik dan ook dat mijn opa en oma mijn ouders
waren. Mijn oma was geen gemakkelijke, en als ze het op haar
heupen kreeg kon je beter maar een straatje om gaan, maar zij
had een hart van goud, daartegen herinner ik me mijn opa, als
een zachtaardige man, een lieve man die al vroeg ziek werd, hij
had zowat 25 jaar op de Nyma had gewerkt in de zuurkelder van
die fabriek, zijn longen waren op, hij was invalide geworden. Ik
weet nog wel dat hij vaak erg ziek was en dan de pastoor kwam om
hem te bedienen, maar wist zich er altijd toch wel doorheen te
slaan. Dus breed hadden ze het ook niet, maar mijn oma en opa
wisten overal wel een mouw aan te passen, in totaal hadden ze
ongeveer 25 kleinkinderen en als het sinterklaas was, lieten ze
de Sint persoonlijk komen, in de nette voorkamer zat hij dan, en
wij de kleinkinderen moesten een voor een bij de Sint komen, en
we kregen allemaal een cadeau. Mijn oma was een vrouw die altijd
in het huis aan het werken was, wij hadden een nette kamer, een
voorkamer, en woonkamer/keuken, dit alles op de eerste
verdieping. Naar de wc moest je toen nog naar buiten op het
balkon. Als ik morgens naar school ging was de woonkamer aan de
straat kant, en als ik dan thuis kwam was de woonkamer aan de
achterkant, zo was er iedere dag wel iets wat veranderde. |
|
Ik heb op de
kleuterschool in de Ruiterstraat gezeten, ja bij de nonnen,
daarna ging ik naar de lagere school in de Schoolstraat, de
hoofdmeester was meneer Martin, het was een fijne tijd, er zaten
veel vriendjes van mij op die school. Wat me is bij gebleven was
dat iedereen mij met de achternaam van mijn moeder noemde, Jopie
Rossen, zelf op de rapporten van de school stond die naam,
niemand kende mij met mijn vaders naam. Twee van mijn vrienden
waren Frans Wilterkens en Rinie Keurentjes, we speelde vaak
langs de spoorlijn en op de ruďnes van de kapokfabriek. Die
fabriek was in de oorlog gebombardeerd, daar had mijn hele
familie ingezeten toen dat gebeurde, ik hoorde de verhalen wel
eens daarover. |

|
| |
Oom Jo was
toen bij de binnenlandse strijdkrachten hij was die bewuste
avond weg, toen het luchtalarm begon ging de familie met zijn
allen naar de kapokfabriek, de kelder daarvan werd gebruikt als
schuilkelder, oom Jo had nog gewaarschuwd over de plek waar onze
familie altijd ging schuilen, ga ergens anders zitten had hij
gezegd, “die plek is niet veilig”, dat hebben ze ook gedaan die
avond, er zaten trouwens al andere buurtbewoners op die plek.
Toen het beruchte bombardement door de Engelsen op Nijmegen
begon was iedereen vreselijk bang, de kapokfabriek werd
getroffen door een voltreffer, er waren velen doden, ook de
mensen die op de plek van onze familie lagen waren dood. Oom Jo
had in de stad gehoord dat de fabriek was getroffen en kwam met
collega’s naar de kapokfabriek, zij hebben daar velen mensen uit
de brandende schuilkelder gered. Later is er voor oom Jo en zijn
collega’s geloof ik nog een mis gehouden in de kerk, als bewijs
van dank wat hij en zijn vrienden gedaan hadden om nog zoveel
mensen te redden. Het waren spannende verhalen over de oorlog,
op een dag toen er Amerikaanse vrienden van oom Jo op bezoek
waren bij mijn grootouders, toen had een Amerikaan met zijn
pistool zitten spelen, toen hij zijn wapen naar een andere
soldaat gooide ging die af, mijn moeder vertelde dat zij erg
schrok van de knal en dacht dat zij in de broek plaste, zij zag
dat een soldaat vreselijk bloede de kogel was in zijn buik
gegaan en er via zijn hals weer uitgekomen, ja zij was nog een
jong meisje, maar zij plaste niet in de broek, zij was ook
geraakt, een kogel was dwars door haar beide benen heen gegaan,
gelukkig had die kogel geen vitale delen geraakt. Uren kon ik
naar zulke verhalen luisteren, over de oorlog, wat had oom Geert
gedaan, oom Matje die was bij de marine geweest, a fijn ze
hadden allemaal wel iets wat interessant te vertellen om naar te
luisteren, |
|
al mijn ooms
waren voetballers de een nog beter als de andere, oom Geert
speelde toen al betaald voetbal. Maar daar later meer over, we
gaan terug naar de mijn vrienden Frans Wilterkens en Rinie
Keurentjes. Ja, het was net weer Sinterklaas geweest, en dus
wisten mijn vrienden uit de buurt Jopie zal wel weer veel hebben
gekregen, vooral snoep, Frans en Rinie kwamen kijken, mijn oma
had voor hen een verrassing, vele jaren later hebben we het daar
nog vaak over gehad. Frans en Rinie vroegen of ik mee naar stad
ging en of ik dan ook wat snoep mee nam voor onderweg, mijn oma
gaf een grote chocolade reep, eet die maar lekker onderweg op
jongens zei ze. Onderweg vroegen ze om een stukje. Wat zei niet
wisten maar ik wel was de verrassing, ik gaf die twee en stuk
chocolade, en gulzig als ze waren stopte ze het gelijk in de
mond, helaas voor hen was het een reep van zeep dus niet zo
lekker als ze zich dat voorgesteld hadden, maar helaas voor mij
moest ik rennen voor die twee die dat geheel niet leuk vonden en
mij terug wilde pakken. |
|
|
Tante An en kinderen
Kokkie en Nelleke |
Maar ik heb
een erg fijne jeugd gehad, werd ook erg verwent, en niet alleen
door mijn grootouders, maar ook door oom Cor, hij was
marktkoopman, was ook muzikant en ja hij kon en deed ongeveer
van alles. Hij was getrouwd met tante An de zuster van mijn
moeder, ze woonde in het centrum van de stad, ik mocht vaak met
hen mee naar de markt, daar verkocht hij ondergoed. Oom Cor was
een man apart, een charmeur, een Don Juan en vader van vier
dochters, maar wat ik wel eens hoorde in de familie nam hij het
niet zo nauw met zijn huwelijks verplichtingen, en ook zijn
huwelijk met tante An was niet zo’n lang leven beschoren. Maar
kwaad, nee hoor, hij was wie hij was, ik herinner me enkele
dingen die ik met hem en zijn gezin heb mee gemaakt. Ja, oom Cor
had in die tijd al een auto, een Citroen, met van die lange
spatborden, op een zondag kwam hij aangereden, hij zei tegen
mijn oma “ kom we gaan een proefritje maken”, mijn oma had de
schort nog aan en ik mocht natuurlijk ook mee, tante An zat met
Nelleke mijn nichtje al in de auto, wij stapte in voor een ritje
in de buurt, maar wat gebeurde er, hij reed naar Scheveningen,
een wereldreis, mijn oma in haar schort en ik vuil van het
spelen. Maar we hebben een prachtdag gehad. Zo mocht ik ook met
tante An, Nelleke en oom Cor mee op vakantie naar het plaatsje
Kampen vlak bij de Zuiderzee, we logeerden in een kippenschuur
bij een boer, als we gingen eten slachtte oom Cor een kip die
hij uit het kippenhok had gepakt, hij liet ons veel zien, zo
gingen we naar Lelystad via de toen net aangelegde dijk, er
stonden wat bouwketen en op de dijk zag je aan twee kanten
water. We zijn bij die boer geloof ik twee weken gebleven. Toen
we naar huis gingen werden we nachts door oom Cor wakker
gemaakt, hij zei dat we stil moesten zijn anders werden de
kippen wakker, maar hij was banger dat de boer wakker werd omdat
wij zonder te betalen weg reden. Dat was oom Cor. Oom Cor was
een vrijbuiter, een levensgenieter, en vertrok naar Amsterdam
met een andere vrouw, waarna ik hem uit het oog ben verloren. |
|
Toen ik naar
de lagere school ging, zat ik met mijn neef Matje in de eerste
klas, Matje was de zoon van oom Matje en tante
Ali ze hadden 14 kinderen, de meester was meneer Geurts
een
hele aardige vent,
gelukkig bleek het snel dat ik behoorlijk kon leren, ik denk dat
het ook werd gestimuleerd door het thuis front. Toen ik in de
vierde klas was beland, werd er door de meesters besloten dat ik
de vijfde klas kon overslaan, dus van de vierde naar de zesde.
Als voorbeeld was mijn oom Jo, hij was baas op een fabriek en
als dat ook wilde bereiken moest ik wel goed leren, zou ik later
ook wel baas worden. Later toen ik naar de ambachtschool ging,
en wilde gaan leren voor automonteur, was hij en mijn moeder die
zeiden, dat kun je beter niet doen altijd vieze handen en kijk
maar eens naar die automonteurs, die mensen moeten ook nog
avonds werken om een redelijk salaris te
verdienen. Ja waarvoor zou ik dan gaan leren, nou
het werd timmerman, want de bouwvakkers verdienden goed, ik ging
naar de LTS. Daar werd ook ineens mijn achternaam van mijn vader
gebruikt, natuurlijk een beetje ongewoon als je elf jaar een
andere achternaam gebruikt hebt. In het begin tijd van de LTS
woonde wij nog in de Ruiterstraat, mijn moeder was al een tijd
verhuisd naar de Wolfskuilseweg, ik denk dat zei nog heeft
geprobeerd met mijn vader als ze op zichzelf zouden wonen de
relatie te redden, maar dat mocht niet zo zijn, wel was intussen
mijn zus Magriet geboren, toen ik in de tweede klas LTS zat
verhuisde wij, mijn opa, oma en ik naar mijn moeder. Dus het was
nu mijn grootouders en ik woonde in bij mijn moeder. |

Pa |
|
| |
 |
 |
De gegevens van
deze pagina heb ik nagemaakt van de website de skihut
die mijn vader samen met Remco heeft gemaakt. Helaas
bestaat de site niet meer en de linken zijn daarom ook
niet actief |
| |
Het begon allemaal nadat er een groepje mensen in het
wijkcentrum De Turf in Nijmegen waren begonnen met darten, de animo was enorm,
al snel werd er iedere vrijdag een onderlinge dart avond georganiseerd. Er werd
een clubje gevormd genaamd De Turf, met ca. 20 leden. En een wachtlijst van 25
leden. Helaas voor de darters was deze locatie maar voor tijdelijke duur. Nou
dat was het dan, een leuke club, gezellige mensen, veel plezier , maar zonder
onderkomen. Enkele darters trokken zich dat erg aan, en al snel hadden ze een
oplossing voor een beperkt aantal darters. Het idee voor zo'n locatie kwam van
een bevriende darter, hij had een tuinhuisje waar je ook kon darten, prachtig
was onze reactie. We gingen bij hem een avond darten en waren erg tevreden, we
hadden de mogelijkheid om bij ons ook zoiets te gaan maken. Een tuinhuisje werd
ons onderkomen, natuurlijk was het klein, maar dat tuinhuisje werd in
enkele weken door de darters verbouwd en mag gezien worden, al zijn er
beperkingen. Nou we hadden een onderkomen, nu nog een naam voor onze club,
tijdens de verbouwing noemde enkele darters ons onderkomen al de Skihut, dus
werd deze naam verbonden aan de dart club, Dart club de Skihut Nijmegen. |
| |
 |
| |
|
| |
|
| |
|
| |
|
|